Het Bijvoeglijk Naamwoord
Het bijvoeglijk naamwoord (bijv. n.w.) drukt een hoedanigheid of een kenmerk van een zelfstandigheid uit en gaat in ’t Esperanto altijd uit op a.
Het krijgt tevens dezelfde uitgangen als het z.n.w., bijv.: bona patro = een goed vader, bonaj patroj = goede vaders, bela arbo = een mooie boom, belaj arboj = mooie boomen.