Zevende Les
De Werkwoorden
In de 1e les hebben we de onbepaalde wijs der werkwoorden reeds geleerd; deze gaat altijd uit op i.
Ook kennen, we reeds den tegenwoordigen tijd, welke uitgaat op as.
Dit noemen we de tegenwoordige tijd van de aantoonende wijs, omdat deze een handeling aanduidt, die werkelijk geschiedt. Is een handeling voorbij of afgeloopen, dan noemt men dit den verleden tijd en moet een handeling nog geschieden, dan heet dit de toekomende tijd.
De verleden tijd gaat in Esperanto altijd uit op is.
De tegenwoordig toekomende tijd gaat altijd uit op os.
De verleden toekomende tijd of voorwaardelijke wijs, welke een voorwaarde aanduidt, gaat uit op us.
De gebiedende wijs, welke een bevel, wensch, wil, begeerte, noodzakelijkheid, verdienste of verplichting uitdrukt, gaat uit op u.
Deze uitgangen zijn voor alle personen enkel-en meervoud altijd dezelfde.
Vervoegen we dus het werkwoord lerni = leeren, dan krijgen we de onderstaande vormen:
Onbepaalde wijs: lerni = leeren.
Aantoonende wijs, tegenwoordige tijd:
| mi lernas | = ik leer; |
| vi lernas | = gij leert; |
| li, ŝi, ĝi, oni lernas | = hij, zij, het, men leert; |
| ni lernas | = wij leeren; |
| vi lernas | = gij leert; |
| ili lernas | = zij leeren. |
Aantoonende wijs, verleden tijd:
| mi lernis | = ik leerde of ik heb geleerd; |
| vi lernis | = gij leerdet of gij hebt geleerd; |
| li, ŝi, ĝi, oni lernis | = hij, zij, het, men leerde of heeft geleerd; |
| ni lernis | = wij leerden of wij hebben geleerd; |
| vi lernis | = gij leerdet of gij hebt geleerd; |
| ili lernis | = zij leerden of zij hebben geleerd. |
Aantoonende wijs, tegenwoordig toekomende tijd:
| mi lernos | = ik zal leeren; |
| vi lernos | = gij zult leeren; |
| li, ŝi, ĝi, oni lernos | = hij, zij, het, men zal leeren; |
| ni lernos | = wij zullen leeren; |
| vi lernos | = gij zult leeren; |
| ili lernos | = zij zullen leeren. |
Verleden toekomende tijd, of voorwaardelijke wijs:
| mi lernus | = ik zou leeren; |
| vi lernus | = gij zoudt leeren; |
| li, ŝi, ĝi, oni lernus | = hij, zij, het, men zou leeren; |
| ni lernus | = wij zouden leeren; |
| vi lernus | = gij zoudt leeren; |
| ili lernus | = zij zouden leeren. |
Gebiedende wijs.
| lernu | = leer; |
| vi lernu | = leert; |
| ni lernu | = laten wij leeren. |
Zooals men bemerkt, kan de verleden tijd der aant. wijs ik heb geleerd, juist vertaald worden als ik leerde. Denk in ’t vervolg altijd hieraan, dat in ’t Esperanto het werkwoord hebben als hulpwerkwoord niet bestaat.
Het eenige hulpwerkwoord in ’t Esperanto is esti = zijn.