Better Gutenberg
Free, beautifully formatted public-domain ebooks

Het Esperanto in Twintig Lessen

by A. Blok

25 of 118 · Contents · Download EPUB

Vierde Les

Bezittelijke Voornaamwoorden

De bezittelijke voornaamwoorden drukken, zooals de naam reeds aanduidt, een bepaling van een bezitting uit en worden gevormd van de persoonlijke voornaamwoorden door achtervoeging van a achter die v.n.w.

De uitgang a duidt tevens ook aan, dat ze een bijvoeglijk karakter hebben en dus bij zelfst. n.w. gebruikt worden. Het zijn: mia, cia, lia, ŝia, ĝia, nia, via en ilia.

Ze volgen ook, evenals de bijv. n.w., het zelfst. n.w. in meervouds-en voorwerpsuitgang.

Verder heeft men het bezittelijk bijv. v.n.w. sia, dat alleen dàn gebruikt wordt vóór het naamwoord, indien de bezitting aan het onderwerp van den zin toegekend wordt.

Voorbeelden:

De moeder vergeet haar boek (haar eigen) = La patrino forgesas sian libron.

De moeder vergeet haar boek (van haar dochter) = La patrino forgesas ŝian libron.

De man werkt in zijn tuin (zijn eigen) = La viro laboras en sia ĝardeno.

De man werkt in zijn tuin (van zijn zoon) = La viro laboras en lia ĝardeno.

De jongens spelen met hunne honden (hun eigen) = La knaboj ludas kun siaj hundoj.

De jongens spelen met hunne honden (van hun buren) = La knaboj ludas kun iliaj hundoj.

Zij ziet de kat en haar oogen (haar eigen) = Ŝi vidas la katon kaj siajn okulojn.

Zij ziet de kat en haar oogen (van de kat) = Ŝi vidas la katon kaj ĝiajn okulojn.


Men gebruikt dus sia alleen dàn, wanneer men in het Nederlandsch de woordjes zijn, haar, hun of hunne kan vervangen door zijn eigen, haar eigen, hun eigen of hunne eigene. In alle andere gevallen gebruikt men voor den 3en persoon:

lia voor mannelijk enkelv. persoonsnamen;

ŝia voor vrouwelijk enkelv. persoonsnamen;

ĝia voor dieren of zaken enkelvoud;

ilia voor alle gevallen voor het meervoud.

Men moet hierbij wel bedenken, dat sia steeds het onderwerp van denzelfden zin als bezitter aanwijst. Het mag dus niet gebruikt worden, als een deel van het onderwerp zelf of als het onderwerp van een anderen zin, bijv.:

De vader en zijn (eigen) zoon komen = La patro kaj lia filo venas. Hierbij is het een gedeelte van ’t onderwerp.

De vader is hier; zijn (eigen) zoon komt ook spoedig hier = La patro estas tie-ĉi; lia filo ankaŭ baldaŭ venos1 tie-ĉi. Hierbij is lia filo het onderwerp van een anderen zin en mag daarom niet met sia vertaald worden.

← Back to Het Esperanto in Twintig Lessen

Scroll to Top