Better Gutenberg
Free, beautifully formatted public-domain ebooks

Het Esperanto in Twintig Lessen

by A. Blok

19 of 118 · Contents · Download EPUB

Derde Les

Naamvallen

In onze taal onderscheidt men 4 naamvallen. Naar gelang van den dienst, dien het woord in den zin verricht, zegt men dat het voorkomt in den 1en, 2en, 3en of 4en naamval.

Zoo staat het onderwerp, wat in een zin datgene is, dat de handeling verricht, in den 1en naamval en het lijdend voorwerp, wat datgene is, dat de handeling, door het onderwerp verricht, lijdt of ondergaat, in den 4en naamval.

Deze 1e en 4e naamvalsvorm worden in het Esperanto gebruikt; de 2e en 3e naamval kunnen steeds omschreven worden, de 2e naamval door het voorzetsel de en de 3e naamval door het voorzetsel al.

Ook in ’t Nederlandsch kan de 2e naamval omschreven worden met van en de 3e naamval met aan.

Verder heeft een zin altijd een werkwoord (het gezegde) en kan hij ook verschillende bepalingen (van tijd, plaats, wijze enz.) hebben.

De 4 naamvallen, welke dus een zelfst.n.w. kan hebben, noemt men de verbuiging der zelfst. n.w.

Hieronder volgt voor elk der Nederlandsche geslachten een verbuiging:

Mannelijk.

Enkelvoud.Meervoud.
1e.de vaderla patrode vadersla patroj
2e.des vaders
of van den vader
de la patroder vaders
of van de vaders
de la patroj
3e.den vader
of aan den vader
al la patroden vaders
of aan de vaders
al la patroj
4e.den vaderla patronde vadersla patrojn

Vrouwelijk.

Enkelvoud.Meervoud.
1e.de moederla patrinode moedersla patrinoj
2e.der moeder
of van de moeder
de la patrinoder moeders
of van de moeders
de la patrinoj
3e.den moeder
of aan de moeder
al la patrinoden moeders
of aan de moeders
al la patrinoj
4e.de moederla patrinonde moedersla patrinojn

Onzijdig.

Enkelvoud.Meervoud.
1e.het kindla infanode kinderenla infanoj
2e.des kinds
of van het kind
de la infanoder kinderen
of van de kinderen
de la infanoj
3e.het kind
of aan het kind
al la infanoden kinderen
of aan de kinderen
al la infanoj
4e.het kindla infanonde kinderenla infanojn

Men kan elken zin gaan verdeelen—wat men ontleden noemt—in de bovenstaande naamvallen en bepalingen, bijv.: De zoon des vaders geeft den jongen een appel = La filo de la patro donas al la knabo pomon.

Deze zin wordt aldus ontleed: de zoon = la filo = onderwerp of 1e naamval; des vaders (van den vader) = de la patro (duidt op bezit van iets) = 2e naamval; geeft = donas (tegenwoordige tijd van ’t werkwoord geven) = gezegde; den jongen (aan den jongen) = al la knabo (overgang van ’n handeling op ’n anderen persoon) = 3e naamval; een appel = pomon = lijdend voorwerp of 4e naamval.

← Back to Het Esperanto in Twintig Lessen

Scroll to Top