Het lijdend voorwerp
Aangezien in ’t Esperanto veel vrijheid wordt gelaten in den zinsbouw en het lidwoord la altijd onveranderd blijft, zou het kunnen gebeuren, dat men tenslotte niet meer wist wat onderwerp en wat voorwerp in ’n Esperanto-zin was.
Ter vermijding hiervan krijgt het voorwerp (4e naamval) wat we lijdend voorwerp noemen, omdat het de handeling lijdt of ondergaat, als uitgang de letter n.
Vertaalt men dus: De man slaat den jongen, dan kan men dit op de volgende manieren doen:
La viro batas la knabon, óf La viro la knabon batas, La knabon batas la viro, óf La knabon la viro batas.
Men verliest in deze 4 vertalingen noch het onderwerp noch het voorwerp uit het oog.
Moest men evenwel vertalen: La viro batas la knabo, òf La knabo batas la viro, dan kon in beide vertalingen zoowel de jongen als de man slaan.
Veelal wordt in ’t Esperanto de 3e naamval vertaald gelijk de 4e naamval en dus niet omschreven met het voorzetsel al, b.v.: Ik schrijf hem = Mi skribas lin of Mi skribas al li.
Dit is evenwel niet geoorloofd, wanneer er een lijdend voorwerp bij het werkwoord behoort. Alsdan moet de 3e naamval omschreven worden, b.v.: Ik schrijf hem een brief = Mi skribas al li leteron.