Better Gutenberg
Free, beautifully formatted public-domain ebooks

Het Esperanto in Twintig Lessen

by A. Blok

111 of 118 · Contents · Download EPUB

6

Overal zocht ik een rijtuig, doch nergens zag ik er een. Wat voor belooning moet ik hem geven? Wiens mes dit is, diens vriend ben ik. Het kind wilde niet gehoorzamen, daarom werd het gestraft. Men kan dat doen zonder iemands toestemming. De burgemeester van onze stad heeft ons gisteren bezocht. Die man is zeer medelijdend, hij geeft altijd aan arme menschen. Dat bevel is niet uitvoerbaar (te doen). Alles, wat gij zegt, is belachelijk. Halverwege bemerkte ik, dat ik geen geld bij mij had. Beveel haar, dat zij stil is. Dien hond te slaan is een kinderachtigheid en bedenk, dat ik niet van schurkenstreken (schurk = fripono) houd. Het kind werd rood van schaamte. Een mensen, dien men veel laat werken, wordt moede. Het fleschje brak, maar het water bleef er in. Laat Jan komen om mijn koffer te dragen. Gij handelt in strijd met uw plicht. Ik zal wachten tot zij gezongen hebben. Het kind wierp eenige steentjes in het water. Gij zult berouw hebben over die zaak. De bliksem trof het kasteel, welks toren direct in brand vloog. In het jaar 2000 zal de wereld vergaan (perei). Morgen om 2.45 n.m. ga ik weg. Tien gedeeld door vijf is twee. Het is mooi weêr; zouden wij gaan wandelen? Neen laten wij rijden. Ik heb teveel broeders en zusters. Vandaag is het Vrijdag en morgen is het Zaterdag. Deze hond is niet te vertrouwen, hij bijt spoedig.

← Back to Het Esperanto in Twintig Lessen

Scroll to Top