Achtste Les
Voorzetsels
De voorzetsels drukken verschillende betrekkingen uit tusschen twee zelfstandigheden. Dit kunnen betrekkingen zijn van tijd, plaats, oorzaak, bezit, enz.
De voornaamste voorzetsels zijn:
| al | naar, aan |
| en | in |
| el | uit |
| ekster | buiten |
| super | boven |
| sur | op |
| sub | onder |
| antaŭ | vóór |
| post | na, achter |
| apud | bij (in de nabijheid) |
| ĉe | bij (ten huize van) |
| inter | tusschen, onder |
| cirkaŭ | rondom, omstreeks |
| kontraŭ | tegen, tegenover |
| anstataŭ | in plaats van |
| kun | met, mede, te zamen met |
| sen | zonder |
| per | door, door middel van, met behulp van, met |
| pri | nopens, over, met betrekking tot |
| por | voor (doel), ten behoeve van, om te |
| pro | voor (reden), wegens, ter wille van |
| de | van |
| da | van |
| laŭ | volgens, naar |
| malgraŭ | niettegenstaande |
| dum | gedurende, terwijl |
| preter | voorbij |
| krom | uitgezonderd, behalve |
| ĝis | tot |
| tra | door, dwarsdoor |
| trans | over, aan gene zijde van |
| po | naar verhouding van, per stuk |
| je | verschillende beteekenis |
Woorden door een voorzetsel vooraf gegaan, krijgen geen n zoo ze geen richting uitdrukken.
Indien het moeielijk valt het juist vereischte voorzetsel te kiezen, bezigt men het voorzetsel je, dat een onbepaalde beteekenis heeft. De voorzetsels worden in ’t Esperanto niet zooals in ’t Nederlandsch met onjuiste beteekenis gebruikt. ’t Esperanto gebruikt slechts de voorzetsels in de beteekenis welke ze werkelijk hebben.
De uitdrukking op Maandag mag dus niet vertaald worden door sur lundo, maar door je lundo. Evenzoo om zes uur wordt je la sesa horo.
Na een hoeveelheid gebruikt men het voorzetsel da, bijv.: botelo da vino = een flesch wijn; kilogramo da viando = een kilogram vleesch.
Men lette op het verschil tusschen botelo da vino en botelo de vino. Het eerste beteekent een flesch wijn en het tweede beteekent een wijnflesch.
Wanneer het Nederl. voorzetsel van de beteekenis heeft van uit, dan wordt dit in ’t Esperanto vertaald door el, bijv.: Eén van mijn broeders = Unu el miaj fratoj. Indien het aanduidt uit welke stof iets gemaakt is, of uit welke stof iets bestaat dan wordt het eveneens vertaald door el, bijv.: Het huis is van steen = La domo estas el ŝtono.
Achtervoegsels estr, ist en il.
Estr(o) duidt dengene aan die het hoofd, de chef of de leider is van hetgeen het grondwoord uitdrukt, bijv.:
ŝipo = schip, ŝipestro = schipper of kapitein.
lernejo = school, lernejestro = hoofd der school.
urbo = stad, urbestro = burgemeester (van een stad).
vilaĝo = dorp, vilaĝestro = burgemeester (van een dorp).
Ist(o) duidt den persoon aan, die het beroep, het ambacht of de dagelijksche bezigheid uitoefent, door het grondwoord bedoeld, bijv.:
boto = laars, botisto = laarzenmaker.
instrui = onderwijzen, instruisto = onderwijzer.
pordo = deur, pordisto = portier.
porti = dragen, portisto = drager.
Il(o) duidt het werktuig aan waarmede men datgene doet, wat het grondwoord uitdrukt, bijv.:
haki = hakken, hakilo = hakmes, bijl.
tranĉi = snijden, tranĉilo = mes.
flugi = vliegen, flugilo = vleugel.