Better Gutenberg
Free, beautifully formatted public-domain ebooks
‹Better GutenbergHet Esperanto in Twintig LessenKorelativoj op ia en io · 66 of 118Contents›

Het Esperanto in Twintig Lessen

by A. Blok

66 of 118 · Contents · Download EPUB

Korelativoj op ia en io

Korelativoj op ia zijn bijvoeglijk en bepalen iets omtrent de hoedanigheid of de soort.

Ia = de een of andere, een zekere, eenigerlei, bijv.:

Ian tagon mi donos al vi la monon = De een of andere dag zal ik u het geld geven.

Li aĉetis iajn nuksojn = Hij kocht de een of andere soort noten.

Kia = welke, wat voor een, welke soort van, bijv.:

Kiajn nuksojn vi preferas? = Welke (soort van) noten verkiest gij?

Tia = zoodanig, dusdanig, dergelijk, zulk een, zulk een soort, bijv.:

Tia ĉapelo kostas kvin guldenojn = Zoo’n (zulk een) hoed kost vijf gulden.

Ĉia = elke soort van, iedere soort, elk, ieder, bijv.:

Ĉia persono bezonas monon = Elk mensch heeft geld noodig.

Nenia = geen enkele soort van, geen enkel, bijv.:

Li konas nenian floron = Hij kent geen enkele (soort van) bloem.

Korelativoj op io zijn zelfstandig en worden alleen voor zaken gebruikt. Ze hebben dan ook nooit een zelfst. n.w. achter zich.

Io = iets, het een of ander, bijv.:

Io kuŝis sur la tablo = Iets lag op de tafel.

Mi vidis ion = Ik zag iets.

Kio = wat? (vragend voornaamwoord) bijv.:

Kio povas manĝi? = Wat kan eten?

Kion vi vidas? = Wat ziet gij?

Tio = dat.

Tio estas bela = Dat is mooi.

Mi vidis tion = Ik zag dat.

Tio ĉi of ĉi tio = dit (in de nabijheid) bijv.:

Tio ĉi devas esti bona = Dit moet goed zijn.

Mi portos tion ĉi = Ik zal dit dragen.

Ĉio = alles, alle, elk ding, bijv.:

Ĉio estas en la butiko = Alles is in den winkel.

Li scias ĉion = Hij weet alles.

Nenio = niets, niet een enkel ding, bijv.:

Nenio falis = Niets viel.

Mi aŭdis nenion = Ik hoorde niets.

← Back to Het Esperanto in Twintig Lessen

Scroll to Top