Better Gutenberg
Free, beautifully formatted public-domain ebooks

Het Esperanto in Twintig Lessen

by A. Blok

40 of 118 · Contents · Download EPUB

Leer van buiten

domohuis
kastelokasteel
muromuur
tegmentodak
kortoopen plaats
kelokelder
etaĝoverdieping
balkonobalkon
ŝtupotrede
ĉambrokamer
plafonoplafond
plankovloer
pordodeur
fenestrovenster
seruroslot
ŝlosilosleutel
salonozaal
tapiŝotapijt
kurtenogordijn
kusenokussen
meblomeubel
tablotafel
seĝostoel
kanaporustbank, canapé
benkobank
litobed
matracomatras
lulilowieg
ŝrankokast
komodoladekast
tirkestolade
kamenoschoorsteen, haard
fajrovuur
tubobuis, pijp
spegulospiegel
tualetoopschik, toilet
lokoplaats
monogeld
hajlohagel
mastromeester (v. h. huis)
stratostraat
teroaarde
plezurovermaak
vastauitgestrekt, groot
larĝabreed
proksimadichtbij
riĉarijk
oportunagemakkelijk
necesanoodig
ekzistibestaan
konsisti elbestaan uit
konstruibouwen
detruiverwoesten, verdelgen
loĝiwonen
kuŝiliggen
fermisluiten
ŝlosisluiten (met sleutel)
eniribinnengaan
eliriuitgaan
suprenirinaar boven gaan
troviĝizich bevinden
staristaan
kuirikoken
voliwillen
hejtiwarmen
brulibranden
manĝieten
laviwasschen
banibaden
vizitibezoeken
akceptiaannemen
mankiontbreken
pruntileenen
kieswiens, waarvan
tiedaar (waar men is)
tiendaar (waar men gaat)
tie-ĉihier
hejmethuis
eluit
ĝistot
interin, onder, tusschen
apudbij
prowegens, door, ter wille van
prinopens, omtrent, met betrekking tot
postna
ĉarwant, omdat, daar
dodus
nek... neknoch... noch
ne... pluniet... meer

← Back to Het Esperanto in Twintig Lessen

Scroll to Top