Better Gutenberg
Free, beautifully formatted public-domain ebooks
‹Better GutenbergHet Esperanto in Twintig LessenBij den Zevenden Druk — Het Alphabet · 4 of 118Contents›

Het Esperanto in Twintig Lessen

by A. Blok

4 of 118 · Contents · Download EPUB

Bij den Zevenden Druk

Deze druk is gelijk aan den vorigen.

A. B.

Rotterdam, Oct. 1920.

Het Alphabet

VormNaamUitspraak.
A aaals de lange a in dagen.
B bboals in ’t Nederlandsch.
C ccoals ts in plaatsen.
Ĉ ĉĉoals tsj in ’t Nederlandsch.
D ddoals in ’t Nederlandsch.
E eeals de lange e in beer.
F ffoals in ’t Nederlandsch.
G ggoals een zachte k met keelgeluid in zakdoek.
Ĝ ĝĝoals dzj in ’t Nederlandsch.
H hhoals in ’t Nederlandsch.
Ĥ ĥĥoals ch in lachen.
I iials de lange i in titel.
J jjoals in ’t Nederlandsch.
Ĵ ĵĵoals zj in ’t Nederlandsch.
K kkoals in ’t Nederlandsch.
L lloidem.
M mmoidem.
N nnoidem.
O ooals de lange o in oor.
P ppoals in ’t Nederlandsch.
R rroidem.
S ssoidem.
Ŝ ŝŝoals sj in ’t Nederlandsch sjouwen.
T ttoals in ’t Nederlandsch.
U uuals oe in koe, goed.
V vvoals w ongeveer in ’t Nederlandsch.
Z zzoals in ’t Nederlandsch.
Aŭ, tweeklank,als au in ’t Nederlandsch pauw.
Eŭ, idemals eeu idem spreeuw.

Zooals men ziet mist het Esperanto Alphabet de letters ij, q, w, x en y, welke niet gebruikt worden, doch heeft het méér de letters:

ĉ in ĉevalo, spreek uit tsjeewaaloo.
ĝ in ĝardeno, spreek uit dzjaardeenoo.
ĥ in ĥemio, spreek uit cheemieoo.
ĵ in ĵaŭdo, spreek uit zjaauwdoo.
ŝ in ŝerci spreek uit sjeertsie.

Esperanto is phonetisch, d.w.z. iedere letter heeft haar eigen bepaalde klank en wordt dus door slechts één letterteeken voorgesteld.

De klinkers a, e, i en o worden dus altijd uitgesproken met zachtlangen klank, bijv.: aglo, spreek uit aagloo = arend; eble, spreek uit eeblee = mogelijk; vintro, spreek uit wientroo = winter; ovo, spreek uit oowoo = ei; terwijl u den oe-klank heeft als bulo, spreek uit boeloo = bol.

Aanmerking: In ’t gebruik worden deze klanken in gesloten lettergrepen iets korter uitgesproken en komen dan overeen met de uitspraak in onze woorden pad, pet, pit en pot.

De klemtoon valt altijd op den vóórlaatsten lettergreep, bijv.: patro = vader; ĉevalo = paard; soifo = dorst; hodiaŭ = heden.

Bij samengestelde woorden valt de klemtoon op elken vóórlaatsten lettergreep van de samenstellende deelen, bijv. kuracistedzino = de vrouw van een geneesheer.

Het afbreken van woorden aan het eind van een regel kan naar willekeur geschieden, doch de ondervinding beveelt aan, de woorden alléén af te breken na’n woorddeel, dus bijv. na het stamwoord of na de samenstellende deelen, bijv.: esper-anto, pa-rol-an-ta, ferm-il-aro.

← Back to Het Esperanto in Twintig Lessen

Scroll to Top