Achtervoegsels em en ebl
Em(a) vormt woorden, die de neiging uitdrukken tot hetgeen het grondwoord (meestal een werkwoord) uitdrukt, of de gewoonte van de hoedanigheid, in het grondwoord gelegen, bijv.:
kredi = gelooven, kredema = lichtgeloovig.
mensogi = liegen, mensogema = leugenachtig.
babili = babbelen, babilema = babbelachtig.
Ebl(a) drukt de mogelijkheid uit van hetgeen het grondwoord (altijd een werkwoord) beduidt, bijv.:
vidi = zien, videbla = zichtbaar.
legi = lezen, legebla = leesbaar.
aŭdi = hooren, aŭdebla = hoorbaar.