Vragende Zinnen
Vragende zinnen worden gevormd, door het woordje ĉu vóór aan den bevestigenden zin te plaatsen, dus ook weer niet zooals in ’t Nederlandsch door omzetting van den bevestigenden zin, bijv.:
bevestigend: de vader komt = la patro venas.
vragend: komt de vader? = ĉu la patro venas?
Bij zinnen, welke reeds met een vragend woord beginnen, is ĉu natuurlijk overbodig; bijv. zinnen, die beginnen met de vragende woorden wie, wat, welke, hoe, wanneer, waar.
| Bijv.: | Wie loopt daar? = Kiu kuras tie? |
| Waar zijt gij? = Kie vi estas? |