Vervolg voorwerps n
Behalve het reeds genoemde lijdend voorwerp krijgen ook nog een n:
1e. De naam der plaats, naar welke de handeling gericht is, bijv.: Ik ga naar Brussel = Mi iras Bruselon.
2e. De bepaling van tijd en de datum, bijv.: Hij komt Donderdag = Li venos1 ĵaŭdon. Hij komt den 6en April = Li venos1 la sesan tagon de aprilo.
Aanmerking: Het woord tagon wordt meestal weggelaten. Is deze bepaling van tijd of datum het onderwerp van ’n zin, dan vervalt natuurlijk de n, bijv.: La sesa tago de aprilo estos1 bela tago.
3e. De bepaling, die den duur eener handeling aanduidt, bijv.: Ik blijf drie dagen = Mi restas tri tagojn.
4e. De bepaling van maat, prijs of gewicht, bijv.: Het boek kost drie gulden = La libro kostas 3 guldenojn. De toren is 50 meter hoog = La turo estas alta 50 metrojn. Dat brood weegt 2 pond = Tiu pano pezas 2 funtojn.
Aanmerking: In deze 4 bovengenoemde gevallen is men evenwel niet verplicht den uitgang n te gebruiken, omdat deze uitdrukkingen door een voorzetsel kunnen omschreven worden en men na een voorzetsel geen n plaatst. Men kan dus ook zeggen:
1. Mi iras al Bruselo.
2. Li venos je ĵaŭdo. Li venos je la sesa de aprilo.
3. Mi restas dum tri tagoj.
4. La libro kostas po tri guldenoj. La turo estas alta je 50 metroj. Tiu pano pezas po 2 funtoj.
Alleen dàn voegt men na een voorzetsel een n achter het zelfst. n.w., als er in den zin eene beweging wordt aangeduid in de richting naar het doel en deze richting niet altijd dadelijk duidelijk is, bijv.: de kat springt op de tafel wordt vertaald: La kato saltas sur la tablo.
Nu heeft deze zin twee beteekenissen, n.l. dat de kat op de tafel is en daarop rondspringt, òf dat de kat van den grond op de tafel springt en dus in dezen zin een richting aanwezig is. Zonder de richtings n zou verwarring kunnen ontstaan en schrijft men dus voor het laatste geval: La kato saltas sur la tablon.
Alleen achter de voorzetsels al = naar en ĝis = tot wordt nimmer een richtings n geplaatst, aangezien deze voorzetsels reeds voldoende een richting aangeven.
Aangezien de voorzetsels de en el nooit eene richting náár iets kunnen aanduiden, worden zij ook nimmer door de richtings n gevolgd.