Tweede Les
Persoonlijke Voornaamwoorden
Persoonlijke Voornaamwoorden zijn die woorden, die in de plaats komen van persoons-, dier- of zaaknamen. Zij noemen de zelfstandigheden niet, doch duiden die slechts aan. Het zijn de volgende:
| Enkelvoud | 1e persoon | mi | = ik, mij. |
| 2e persoon | ci | = jij, jou. | |
| 3e persoon | li | = hij, hem. | |
| 3e persoon | ŝi | = zij, haar. | |
| 3e persoon | ĝi | = het (alleen voor zaken en dieren of personen, waarvan het geslacht onbekend is). | |
| Meervoud | 1e persoon | ni | = wij, ons. |
| 2e persoon | vi | = gij, u. | |
| 3e persoon | ili | = zij (voor alle geslachten). |
Verder heeft men het onbepaalde en onveranderlijke voornaamwoord oni = men, en een wederkeerig voornaamwoord si = zich; beiden voor den 3en persoon.
Aanmerking: ci = jij wordt zelden gebruikt; meestal gebruikt men den beleefdheidsvorm vi ook in het enkelvoud.