Better Gutenberg
Free, beautifully formatted public-domain ebooks

Het Esperanto in Twintig Lessen

by A. Blok

57 of 118 · Contents · Download EPUB

Elfde Les

Samengestelde Tijden

Tot hiertoe hebben we geleerd de werkwoordelijke uitgangen as, is, os en us. Dit noemt men de uitgangen der enkelvoudige tijden.

Er zijn ook nog samengestelde tijden.

De samengestelde tijden worden gevormd door verbinding van het hulpwerkwoord esti in de enkelvoudige tijden, met de deelwoorden.

Aanmerking: Daar de Nederlandsche taal twee hulpwerkwoorden van tijd heeft, n.l. zijn = esti en hebben = havi, is men zeer dikwijls geneigd ook in ’t Esperanto havi als hulpwerkwoord te beschouwen. Wees dus op uw hoede en gebruik, ook al staat in het Nederl. het werkwoord hebben in verband met een ander werkwoord, steeds het hulpwerkwoord esti = zijn.

Zeg ik bijv.: ik eet = mi manĝas, dan ben ik bezig met eten, dus: ik ben etende = mi estas manĝanta.

Zeg ik: ik at of ik heb gegeten = mi manĝis, dan zegt dit, dat ik nu klaar ben met eten. Gebruikt men nu in ’t Nederlandsch het hulp w.w. zijn, dan wordt het: ik ben gegeten hebbende = mi estas manĝinta.

Zeg ik nu: ik had gegeten, dan zegt dit dat ik op zeker tijdstip, dat voorbij is, reeds klaar was met eten, dus: ik was gegeten hebbende = mi estis manĝinta.

In dit laatste geval hebben we dus feitelijk een dubbelen verleden tijd, want ik spreek over iets in ’t verleden, hetgeen toen al verleden was, zooals:

Toen hij gisteren bij mij kwam, had ik reeds gegeten = Kiam li hieraŭ venis ĉe mi, mi jam estis manĝinta.

Ik vertel dus heden, dat hij gisteren bij mij kwam, en dat ik toen reeds klaar was met eten.

Voor zulke gevallen (dus voor de voltooid verleden tijd) moet men in ’t Esperanto steeds de samengestelde tijden gebruiken.

De voltooid tegenwoordige tijd (ik heb gegeten = mi estas manĝinta) moet alleen dan in den samengestelden tijd gebruikt worden, wanneer men speciaal te kennen wil geven dat een handeling reeds gebeurd is, bijv.: Leeft hij nog? = Ĉu li vivas ankoraŭ? Neen, hij is gestorven = Ne, li estas mortinta.

Deze zelfde regel kan ook in ’t Nederl. toegepast worden. Ik kan evengoed zeggen: Ik at gisteren bij mijn oom, als: ik heb gisteren bij mijn oom gegeten. Hiervoor gebruikt men dus in ’t Esperanto zooveel mogelijk den enkelvoudigen tijd.

Hieronder volgen de samengestelde tijden van het werkw. laŭdi = prijzen.

Bedrijvenden vorm.

mi estasik ben
vi estislaŭdantagij waartprijzende.
li estoshij zal zijn
ŝi estuszij zou zijn
mi estasik ben
vi estislaŭdintagij waartgeprezen hebbende.
li estoshij zal zijn
ŝi estuszij zou zijn
mi estasik ben
vi estislaŭdontagij waartzullende prijzen of op ’t punt van te prijzen.
li estoshij zal zijn
ŝi estuszij zou zijn

Lijdenden vorm.

esti laŭdata=geprezen wordende.
esti laŭdita=geprezen zijn.
esti laŭdota=op ’t punt van geprezen te worden of
zullende geprezen worden.
estu laŭdata=word geprezen.
weest geprezen wordende.
estu laŭdita=wees geprezen.
weest geprezen geworden zijnde.
estu laŭdota=wees geprezen zullende worden.
wees op ’t punt van geprezen te worden.
estante laŭdata=wordende geprezen.
estante laŭdita=zijnde geprezen.
estante laŭdota=op ’t punt zijnde van geprezen te worden.
mi estasik word
vi estislaŭdatagij werdgeprezen.
li estoshij zal worden
ŝi estuszij zou worden
mi estasik ben
vi estislaŭditagij waartgeprezen geworden.
li estoshij zal zijn
ŝi estuszij zou zijn
mi estasik ben
vi estislaŭdotagij waartop ’t punt van geprezen te worden.
li estoshij zal zijn
ŝi estuszij zou zijn

Daar de deelwoorden in de samengestelde tijden altijd bijvoeglijk gebruikt zijn, krijgen ze in het meervoud ook den meervoudsuitgang.

Het kan ook voorkomen, dat in ’t Nederlandsch de enkelvoudige tijd gebruikt wordt, waarvoor in ’t Esperanto de samengestelde tijd gebruikt moet worden.

Wanneer bijv. in één zin twee handelingen verricht worden, waarvan de eene reeds aan den gang was, toen de andere begon, dan moet de handeling, die reeds aan den gang was, in den samengestelden tijd gebruikt worden, bijv.:

Ik las een boek, toen hij mij riep = Mi estis leganta libron, kiam li vokis min.

← Back to Het Esperanto in Twintig Lessen

Scroll to Top