T.
Takje, 228
Thibet (Paramat), 153
Top (de), 199
Toet (de), 203
Toet-muts, 204
Toertjes, 142
Tirtei, 234
Tuil (de), 224
V
Veter, 191
Versiering (van koralen), 183
Viefschaft (= vijfschaft), 202
Volks-drachten, 106
Volks-psyche, 110
Voorpanden (de), 131
Voornaald, 142
W.
Weezen (costumes), 107
Weezen (Amsterdamsche), 157
Wentke, 191
Witmoer (het), 193
Ij
Z.
Zondook (zondoek), 192
Zevenkleurige rok, 199
Afbeeldingen
Kaartje van Nederland waarop schetsmatig de streken zijn aangegeven waar de nationale kleedij (in 1916) nog gedragen wordt.
Volledige dracht door man vrouw en kinderen
Alleen de vrouw draagt nog de gedeeltelijke dracht (kap of muts)
De dracht is geheel verdwenen
Jonge vrouw uit Nieuwland (van voren).
Duidelijk is hier de vorm van de muts, de gouden sieraden en de vorm van de doek te zien, en in hoeverre de gouden sieraden anders zijn dan bij de Zuid-Bevelandsche muts. (Zie pl. 43–46–50)
Zie bladz. 174.
Jonge vrouw uit Nieuwland (van achter).
Duidelijk is hier de eigenaardige wijze van plooien van de doek te zien, en is het onderscheid merkbaar in de vorm van de muts met de Zuid-Bevelandsche mutsen. (Zie pl. 47 en 51).
Zie bladz. 174.
R.K. Jong meisje uit Zuid-Beveland (van achter).
Duidelijk is de wijze van plooien en de vorm van de muts en de doek te zien. Let op het slot achter in de hals.
Zie bladz. 179.