Drenthe
Ook Drenthe is niet zeer rijk aan nationale drachten. Wat als zoodanig nog kan gelden is de (Friesche) kap en het oorijzer dat in zekere streken van deze provincie nog gedragen wordt (zie bl. 65).
De overige kleedij is dat bekende hybridische half ouderwetsche costume dat in heel ons land onder de platte-lands-bevolking de werkelijke nationale drachten vervangen heeft. Het is een imitatie van de stads-dracht, in vorm en versiering tot ongeveer geen enkele periode te rekenen, in kleur soms nog—als ’t op zijn ’s Zondags—erg “mooi” moet zijn, opvallend door persoonlijke wansmaak.
De muts en het oorijzer zijn dan het eenige overgeblevene, maar die eenige rest van die werkelijk nationale dracht wordt dan niet weinig ontsierd door de “Kiep” (zooals men het in West-Friesland noemt), een soort van vrije fantasie door middel van allerlei gitten, bloemen en strikken op het zoogenaamd capot-hoedje, dat omstreeks 1885 “le dernier cri” van de Parijsche mode (wansmaak) was.
In de veenstreken vindt men geen nationale dracht, omdat het in later tijd aangelegde kolonies zijn.