VI Bibliographica
Bibliographical Notice of the Works on the Provincialisms of Holland From Papers by van den Bergh and Hettema in the Taalkundig Magazijn
READ
BEFORE THE PHILOLOGICAL SOCIETY.
Van den Bergh, Taal. Mag. ii. 2. 193-210.
Groningen.—Laurman, Proeve van kleine taalkundige bijdragen tot beter kennis van den tongval in de Provincie Groningen.—Groningen 1822.
J. Sonius Swaagman, Comment: de dialecto Groningana, etc.: una cum serie vocabulorum, Groninganis propriorum.—Groning. 1827.
Zaamenspraak tusschen Pijter en Jaap dij malkáár op de weg ontmuiten boeten Stÿntilpoorte.—Groninger Maandscrift, No. 1. Also in Laurman’s Proeve.
Nieuwe Schuitpraatjes.—By the same author, 1836.
List van Groningsche Woorden.—By A. Complementary to the works of Laurman and Swaagman. With notes by A. de Jager.—Taalkundig Magazijn, second part, third number, pp. 331—334.
Groninsch Taaleigen door.—J. A. (the author of the preceding list). Taalkundig Magazijn, iv. 4. pp. 657—690.
Raize na Do de Cock.—Known to Van den Bergh only through the newspapers.
Subdialects indicated by J. A. as existing, (a) on the Friesland frontier, (b) in the Fens.
L. Van Bolhuis.—Collection of Groningen and Ommeland words not found in Halma’s Lexicon; with notes by Clignett, Steenwinkel, and Malnoe. MS. In the library of the Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde.
Over-ijsel.—J. H. Halbertsma, Proeve van een Woorden boekje van het Overijselsch.—Overijsselschen Almanak voor Oudheid en Letteren, 1836.
M. Winhoff, Landrecht var Auerissel, tweeee druk, met veele (philological as well as other) aanteckeningen door J. A. Chalmot.—Campen, 1782.
T. W. Van Marle, Samensprôke tusschen en snaak zoo as as der gelukkig néèt in te menigte zint en en heeren-krecht déè gien boe of ba zê, op de markt te Dêventer van vergange vrijdag.—Overijselschen Almanak, &c. ut supra.
Over de Twenthsche Vocalen en Klankwijzigingen, door J. H. Behrens.—Taalkundig Magazijn, iii. 3. pp. 332-390. 1839.
Twenther Brutfteleed.—Overijsselschen Almanak.
Dumbar the Younger (?).—Three lists of words and phrases used principally at Deventer. MS. In the library of the Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde.
Drawings of twelve Overijssel Towns. Above and beneath each a copy of verses in the respective dialects. MS. of the seventeenth century. Library of the Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde.
Gelderland.—H. I. Swaving, Opgave van eenige in Gelderland gebruikelijke woorden.—Taalkundig Magazijn, i. 4. pp. 305.
Ibid.—Ibid. ii. 1. pp. 76-80.
Opmerkingen omtrent den Gelderschen Tongval.—Ibid. ii. 4. pp. 398-426. The fourth section is devoted to some peculiarities from the neighbourhood of Zutphen.
N. C. Kist, Over de ver wisslingvan zedetijke en zinnelijke Hoedanigheden in sommige Betuwsche Idiotismen.—Nieuwe Werken der Maatsch. van Nederl. Letterkund. iii. 2. 1834.
Staaltje van Graafschapsche landtal.—Proeve van Taalkundipe Opmerkingen en Bedenkingen, door T. G. C. Kalckhoff.—Vaderlandsche Letteroefeningen for June 1826.
Appendix to the above.—Ibid. October 1826.
Het Zeumerroaisel: a poem. 1834?—Known to Van den Bergh only through the newspapers. Believed to have been published in 1834.
Et Schaassen-riejen, en praotparticken tussen Harmen en Barteld.—Geldersche Volks-Almanak, 1835. Zutphen Dialect.
De Öskeskermios.—Geldersche Volks-Almanak, 1836. Dialect of Over Veluwe.
Hoe Meister Maorten baordman baos Joosten en schat deevinden.—Geldersche Volks-Almanak, 1836. Dialect of Lijm.
Opgave van eenige in Gelderland gebruikelijke woorden ae.—H. I. Swaving.—Taalk. Mag. iv. 4. pp. 307-330.
Aanteekeningen ter verbetering en uitbreiding der opmerkingen omtrent den Geldersehen Tongval.—Taal. Mag. iii. 1. pp. 39-80.
A. Van den Bergh.—Words from the provincial dialects of the Veluwen; with additions by H. T. Folmer.—MS. Library of the Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde.
Handbook, containing the explanation and etymology of several obscure and antiquated words, &c. occurring in the Gelderland and other neighbouring Law-books.—By J. C. C. V. H[asselt].—MS. Library of the Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde.
Holland.—Scheeps-praat, ten overlijden van Prins Maurits van Orange.—Huygens Korenbloemem, B. viii. Also in Lulofs Nederlandsche Spraakkunst, p. 351; in the Vaderlandsche Spreekwoorden door Sprenger van Eyk, p. 17, and (with three superadded couplets) in the Mnemosyne, part x. p. 76.
Brederoos Kluchten.—Chiefly in the Low Amsterdam (plat Amsterdamsch) dialect.
Hooft, Warenar met den pot.
Suffr. Sixtinus.—Gerard van Velsen. Amst. 1687.
Bilderdijk, Over een oud Amsterdamsch Volksdeuntjen.—Vaderlandsche Letteroefeningen, 1808. Reprinted, with an appendix, at Leyden 1824.
Bilderdijk, Rowbeklag; in gemeen Zamen Amsterdamschen tongval.—Najaarsbladen, part i.
Gebel, Scheviningsch Visscherslied.—Almanak voor Blijgeestigen.
1. Boertige Samenspraak, ter heilgroete bij een huwelijk.
2. Samenspraak over de harddraverij te Valkenburg en aan heet Haagsche Schouw.
3. Boertige Samenspraak tusschen Heeip en Jan-buur.—These three last-named poems occur in Gedichten van J. Le Francq van Berkhey, in parts i. 221, ii. 180, ii. 257 respectively.
Tuist tusschen Achilles en Agamemnon. Schiutpraatje van eenen boer; of luimige vertaling van het 1e Boek der Ilias, by J. E. Van Varelen.—Mnemosyne, part iv. Dordrecht, 1824.
The same by H. W. and B. F. Tydeman in the Mnemosyne, part iv. Dordrecht, 1824.
Noordhollandsch Taaleigen, door Nicolas Beets.—Taalk. Magaz. iii. 4. pp. 510—516, and iv. 3. pp. 365-372.
List of words and phrases used by the Katwijk Fishermen.—MS. Library of the Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde.
Dictionary of the North-Holland Dialect; chiefly collected by Agge Roskan Kool.—MS. Ibid.
Zealand.—Gedicht op’t innemen van sommige schansen en de sterke stad Hulst, &c. 1642. Le Jeune; Volkszangen, p. 190.
Brief van eene Zuidbevelandsche Boerin, aan haren Zoon, dienende bij de Zeeuwsche landelijke Schutterij. Zeeuwsche Volks-Almanak, 1836.
Over het Zeeuwsche Taaleigen, door Mr. A. F. Sifflé,—Taalkundig Magazijn i. 2. 169—171.
Notes upon the same, by Van A. D, J[ager].—Ibid. p. 175—177.
Taalkundige Aanteekeningen, door Mr. J. H. Hoefft.—Ibid. 1. 3. 248—256.
Collection of words used in Walcheren.—MS. Library of Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde.
Collection of words used in States-Flanders.—MS. Ibid.
North brabant.—J. H. Hoefft, Proeve van Bredaasch taaleigen, &c.—Breda 1836.
J. L. Verster, Words used in the Mayoralty of Bosch.—MS. Library of Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde.
Jewish.—Khootje, Waar binje? hof Conferensje hop de vertrekkie van de Colleesje hin de Poortoegeesche Koffy’ uyssie, hover de gemasqwerde bal ontmaskert.—Amsterd.
Lehrrhede hower de vrauwen, door Raphael Noenes Karwalje, Hopper Rhabbijn te Presburg; in Wibmer, de Onpartijdige.—Amst. 1820, p. 244.
Negro5.—New Testament.—Copenhagen, 1781, and Barby, 1802.
The Psalms.—Barby, 1802.